· naslag · dag-nachtritme · fotoperiode · circadiane klok · onderzoek

Moet een dag 24 uur duren?

Bij dezelfde hoeveelheid licht per dag groeit een plant meestal slechter als je de dag opknipt in meerdere licht/donkercycli. Continu licht werkt bij sla goed, maar beschadigt tomaat. De veiligste keuze blijft een dag van 24 uur, met een fotoperiode en een lichtsterkte die passen bij het gewas.

Vier lichtschema's van 24 uur met dezelfde dagelijkse lichthoeveelheid: 18/6, tweemaal 9/3, driemaal 6/2 en zesmaal 3/1 uur; de groei van tomaat nam af met het aantal cycli (afbeelding op volle grootte, opent in een nieuw tabblad)
De vier schema's uit de tomatenproef van Yuan e.a. (2025), met gelijke DLI.

Meer cycli per dag: meestal minder groei

Wageningen University & Research kweekte jonge tomatenplanten onder één, twee, drie en zes licht/donkercycli per 24 uur (18/6, 9/3, 6/2 en 3/1 uur), steeds met dezelfde DLI van 13 mol/m² per dag. De relatieve groeisnelheid daalde lineair met het aantal cycli, vooral doordat de fotosynthese per bladoppervlak afnam. De hoofdoorzaak was de te korte ononderbroken donkerperiode (Yuan e.a., 2025 (opent in een nieuw tabblad)).

Dat sluit aan bij wat een plant 's nachts doet: hij heeft zijn zetmeel en zijn interne klok ingericht op één nacht. Planten waarvan de klok past bij de licht/donkercyclus, groeien beter (Dodd e.a., 2005 (opent in een nieuw tabblad)).

Pulsen van seconden: een curiositeit

Onderzoekers van de Universiteit van Florida lieten kiemplanten van boerenkool, raap en biet groeien onder pulsen van 5 seconden licht en 5 seconden donker. De kiemplanten zagen er vrijwel hetzelfde uit als onder 12 uur licht en 12 uur donker. Cycli van een half uur tot 6 uur gaven juist kiemplanten die zich gedroegen alsof ze in het donker stonden: lange stengels en weinig pigment (Universiteit van Florida, 2019 (opent in een nieuw tabblad)).

Twee kanttekeningen:

  • Geen besparing bij 5/5. De lamp brandt dan nog steeds de helft van de tijd, net als bij 12/12.
  • Langere donkerpauzes betekenen minder licht. Bij 5 seconden aan en 10 of 20 seconden uit krijgt de plant een derde of een kwart van het licht. De genoemde energiebesparing voor kwekerijen is een verwachting, geen meting van de opbrengst.

Langere cycli: één studie, met stress

Een Russische studie gaf jonge tomaten-, paprika- en aubergineplanten 15 dagen lang cycli van 48/24, 96/48 en 120/60 uur, met dezelfde DLI als het gangbare 16/8. Na uitplanten in de kas gaven tomaat en paprika meer vruchten; aubergine niet. Tegelijk stegen de merkers voor oxidatieve stress en daalde het chlorofyl (Shibaeva e.a., 2024 (opent in een nieuw tabblad)). Interessant, maar het is één proef, en de vruchten groeiden daarna gewoon onder daglicht.

Continu licht: hangt af van het gewas

Wat wel werkt: langer en zachter

Dezelfde DLI over meer uren, met een lagere lichtsterkte, levert vaak meer op. Bij een lage lichtsterkte gebruikt het blad zijn licht efficiënter: de kwantumopbrengst van fotosysteem II was 0,67 bij 189 µmol/m²/s, tegen 0,28 bij 794 µmol/m²/s. In een eerdere kasproef met sla nam het drooggewicht 28 procent toe toen de fotoperiode van 12 naar 21 uur ging, bij gelijke DLI (Elkins en van Iersel, 2020 (opent in een nieuw tabblad)).

Wat we BioLights-gebruikers aanraden

  • Houd de dag op 24 uur en kies de fotoperiode bij het gewas.
  • Liever langer en zachter dan kort en fel, zolang de DLI gelijk blijft.
  • Geef soorten als tomaat een echte nacht van meerdere uren.
  • Experimenteren mag: de controller kan elk schema. Maar zie het als een proef, meet het resultaat, en verwacht geen energiebesparing zonder minder licht.

Bronnen